ECLI:NL:HR:2009:BJ3577
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering van opgelegde profijtontneming wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had beroep ingesteld tegen het door het hof opgelegde bedrag.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging van het vonnis kunnen leiden, behalve wat betreft de hoogte van het bedrag dat ter ontneming is opgelegd. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, wordt het bedrag verminderd tot €164.084.
De overige onderdelen van het beroep worden verworpen. De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis uitsluitend voor het bedrag van de ontneming en wijzigt dit ambtshalve. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 13 oktober 2009.
Uitkomst: Het opgelegde bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot €164.084 wegens overschrijding van de redelijke termijn.