ECLI:NL:HR:2009:BJ3710
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest inzake ontvankelijkheid beroep in cassatie na administratieve vergissing
In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een verstekarrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, had tijdig schriftuur ingediend via zijn advocaat. Door een administratieve vergissing kwam deze schriftuur echter niet tijdig onder de aandacht van de Hoge Raad, waardoor de verdachte aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard in het beroep.
De Hoge Raad heeft dit eerdere arrest van 2 juni 2009 ingetrokken en erkent dat de schriftuur tijdig was ingekomen. Vervolgens heeft de Hoge Raad het beroep inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 8 september 2009. Hiermee wordt het eerdere onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het beroep hersteld, maar het beroep zelf wordt alsnog verworpen.
Uitkomst: Het eerdere arrest van niet-ontvankelijkheid wordt ingetrokken en het beroep in cassatie wordt verworpen.