ECLI:NL:HR:2009:BJ5128
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel bij aanslag inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar gehandhaafd bleef. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag, maar het hof vernietigde deze uitspraak en stelde de aanslag opnieuw vast. Belanghebbende had een bedrag voor privégebruik auto en een vergoeding aan de werkgever opgegeven, wat leidde tot een bijtelling nihil.
Het hof honoreerde het beroep op het vertrouwensbeginsel dat belanghebbende had gedaan, omdat de aanslag in overeenstemming was met zijn aangifte. De Hoge Raad oordeelt echter dat het vertrouwensbeginsel slechts kan slagen als de inspecteur kennis heeft genomen van alle relevante bijzonderheden. Uit de toelichtingen bij de aangiften 1998 en 1999 blijkt niet dat de bijdrage voor de auto in mindering is gebracht op het brutoloon, wat betekent dat de inspecteur niet volledig op de hoogte was.
Daarom kan belanghebbende niet met succes een beroep doen op het vertrouwensbeginsel. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt het oordeel van de rechtbank, voor zover het de aanslag betreft. De aanslag moet worden vastgesteld op een belastbaar inkomen van ƒ 162.379 (€ 73.684). De Hoge Raad veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt, waardoor de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld op een belastbaar inkomen van ƒ 162.379.