ECLI:NL:HR:2009:BJ5159
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging aanslagen douanerechten wegens onjuiste waardebepaling en procedurele fouten
Belanghebbende, een onderneming die wereldwijd schoenen verkoopt onder het merk H, werd geconfronteerd met een aanslagbiljet voor douanerechten over de jaren 1999 tot en met 2001. De Inspecteur had de douanewaarde verhoogd met royaltybetalingen aan I Inc., de moedermaatschappij van belanghebbende, omdat deze betalingen niet in de oorspronkelijke douanewaarde waren inbegrepen.
Het Hof had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslagen vernietigd, omdat de royaltybetalingen niet in de douanewaarde hoefden te worden betrokken. Het geschil spitste zich toe op de vraag of I Inc. een verbonden persoon was met de fabrikanten van de schoenen, wat bepalend was voor de waardebepaling.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht geen bewijslast omkeerde naar belanghebbende, omdat niet was vastgesteld dat de Inspecteur voorafgaand aan het beroep om overlegging van schriftelijke stukken had verzocht. Ook was het Hof niet verplicht belanghebbende te wijzen op de verplichting om inlichtingen te verstrekken volgens de Awb. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de vernietiging van de aanslagen en het oordeel van het Hof dat de douanewaarde niet verhoogd mocht worden met de royaltybetalingen. Tevens werden geen proceskosten aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof wordt bevestigd.