ECLI:NL:HR:2009:BJ6016

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03680
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Invorderingswet 1990Art. 81 ROWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzet tegen versnelde invordering belastingschuld

Eiseres tekende verzet aan tegen dwangbevelen voor versnelde invordering van belastingschulden en vorderde onder meer de onrechtmatigheid van de handelingen van de Ontvanger te erkennen en schadevergoeding toe te kennen.

De rechtbank Dordrecht wees de vorderingen af, hetgeen het gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest bekrachtigde. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen grond voor cassatie bieden en dat toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) geen nadere motivering behoeft. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

9 oktober 2009
Eerste Kamer
08/03680
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST RIVIERENLAND/KANTOOR GORINCHEM,
kantoorhoudende te Gorinchem,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Ontvanger.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploten van 10 en 17 april 2004 verzet aangetekend tegen de aan haar betekende dwangbevelen en de Ontvanger gedagvaard voor de rechtbank Dordrecht. [Eiseres] heeft gevorderd, kort gezegd, haar te verklaren tot goed opposante tegen de genoemde dwangbevelen, de dwangbevelen buiten effect te stellen, te verklaren voor recht dat de Ontvanger onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, alsmede de Ontvanger te veroordelen tot vergoeding van de schade reeds door [eiseres] geleden of nog te lijden, op te maken bij staat.
De Ontvanger heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 8 december 2004 de vorderingen van [eiseres] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 28 februari 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat, en voor de Ontvanger door zijn advocaat en mr. C.M. Bergman, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt deels tot niet-ontvankelijkheid en tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro voor het overige.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding
in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.