ECLI:NL:HR:2009:BJ6835
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest inzake merkgebruik door erkende en niet erkende wederverkopers
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 10 juli 2009 een arrest uitgesproken waarin door een misslag de termen 'erkende wederverkoper' en 'niet erkende wederverkoper' op drie plaatsen in overweging 3.6 waren verwisseld. Dit arrest is op 4 september 2009 hersteld. De Hoge Raad verduidelijkt dat er geen rechtsgrond bestaat voor een strengere toets aan het gebruik van het merk door de niet erkende wederverkoper dan door de erkende wederverkoper.
De Hoge Raad verwijst naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) omtrent de uitputtingsregel, waarin geen aanknopingspunt wordt gevonden voor een noodzakelijkheidseis of een strengere toets voor niet erkende wederverkopers. Het gebruik van het merk door wederverkopers is vrij, mits het geen afbreuk doet aan de gerechtvaardigde belangen van de merkhouder.
De Hoge Raad wijst ook het subsidiaire middel af dat een zwaardere toets voor het gebruik van het beeldmerk zou moeten gelden. Voldoende is dat het gebruik wordt getoetst aan de eisen die het HvJEG heeft ontwikkeld voor gegronde redenen. Er is geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEG over de uitleg van het toepasselijke gemeenschapsrecht.
Het arrest bevestigt daarmee het uitgangspunt dat de niet erkende wederverkoper niet aan strengere regels gebonden is dan de erkende wederverkoper, en corrigeert de terminologische fouten in het eerdere arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt terminologische fouten en bevestigt dat niet erkende wederverkopers niet aan strengere regels zijn gebonden dan erkende wederverkopers bij merkgebruik.