ECLI:NL:HR:2009:BJ7251
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing bewijs huurvermindering bij hennepkwekerij
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene stelde dat de huurder van een woning minder huur betaalde omdat zij als tegenprestatie de hennepplanten water gaf. Volgens de betrokkene was dit een compensatie die de huurprijs verlaagde.
Het hof oordeelde echter dat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat daadwerkelijk sprake was van een huurvermindering gedurende de periode dat de hennepplanten werden verzorgd. Dit oordeel was mede gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen van de betrokkene over de hoogte van de huurvermindering en de vergoeding per oogst.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en benadrukte dat de betrokkene geen aanvullend bewijs had geleverd ter onderbouwing van zijn stelling. Hiermee bleef de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in stand.
De uitspraak onderstreept het belang van voldoende bewijs bij het aantonen van compensaties die de huurprijs beïnvloeden in strafrechtelijke procedures omtrent wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; onvoldoende bewijs voor huurvermindering in ruil voor water geven van hennepplanten.