ECLI:NL:HR:2009:BJ7262
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in Antilliaanse strafzaak
In deze cassatieprocedure tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba werd het beroep ingesteld door de verdachte. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het vonnis wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot vernietiging kon leiden, maar dat ambtshalve moest worden beoordeeld of de redelijke termijn was overschreden. Gezien het feit dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, werd vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden.
Als gevolg daarvan werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd tot veertien jaar en zeven maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen en het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 november 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot veertien jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.