ECLI:NL:HR:2009:BJ7321
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakelsen
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling huwelijk en niet-uitgevoerd Amsterdams verrekenbeding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun huwelijk na echtscheiding. De vrouw verzocht de man te verplichten tot een beschrijving van zijn vermogen per datum van echtscheiding en tot betaling van de helft van het saldo van beleggingen die tijdens het huwelijk niet waren verrekend.
De rechtbank Maastricht sprak de echtscheiding uit en bepaalde later dat een ontslagvergoeding niet voor verdeling vatbaar was. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze tussenbeschikking, maar het hof bekrachtigde deze. Vervolgens verrekende de rechtbank een aantal vermogensbestanddelen, waarna beide partijen hoger beroep instelden. Het hof vernietigde een beschikking en bepaalde dat de vrouw een deel van een notariskostennota aan de man moest voldoen.
De man stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beslissingen van het hof.