ECLI:NL:HR:2009:BJ7830
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid moeder in kort geding inzake internationale kinderontvoering
De moeder heeft de Centrale Autoriteit en de vader gedagvaard om te voorkomen dat zij gebruik maken van een Noorse rechterlijke beschikking die bepaalt dat het minderjarige kind binnen twee weken naar Nederland moet worden teruggezonden. Tevens vorderde zij dat de Centrale Autoriteit en de vader de Noorse autoriteiten informeren over vermeende onjuiste feitelijke gegevens in het inleidend verzoek en de verklaring ex art. 15 Haags Pro Kinderontvoeringsverdrag.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de moeder af. Het gerechtshof verklaarde de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep wegens gebrek aan belang. De moeder stelde daarop cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de moeder niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de niet-ontvankelijkheid van de moeder in het hoger beroep in deze internationale kinderontvoeringszaak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de moeder in hoger beroep.