ECLI:NL:HR:2009:BJ8540

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03913
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt partneralimentatie na echtscheiding met aangepaste draagkracht

De vrouw verzocht de rechtbank om een hoge bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud van de man, gesteld op € 25.000 per maand. De man betwistte dit en stelde een veel lager bedrag voor, tevens met terugvordering van te veel betaalde alimentatie.

De rechtbank bepaalde een alimentatie van € 11.458 per maand met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2006. De man ging in hoger beroep en verzocht om een aanzienlijke verlaging van het bedrag. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de alimentatiebedragen vast op € 2.250 per maand tot 1 januari 2007, € 3.985 per maand tot 1 juli 2007 en € 3.835 per maand vanaf 1 juli 2007.

De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak bevestigt de toepassing van het hoor en wederhoor, de beoordeling van draagkracht en de mogelijkheid van terugwerkende kracht bij partneralimentatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatiebedragen vastgesteld door het hof.

Uitspraak

20 november 2009
Eerste Kamer
08/03913
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 juni 2006 ter griffie van de rechtbank Roermond ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de man een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw ten bedrage van € 25.000,-- per maand zal leveren.
De man heeft het verzoek bestreden en vaststelling van een door de man met ingang van 1 juli 2006 te betalen bijdrage van € 1.429,-- bruto per maand verzocht, met bepaling dat het door de vrouw sinds die datum te veel ontvangen alimentatiebedrag wordt terugbetaald aan de man.
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2007 bepaald dat de man met ingang van 1 april 2006 voor levensonderhoud aan de vrouw zal betalen een bedrag van € 11.458,-- per maand, deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De man heeft in hoger beroep verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, de door de man te betalen partneralimentatie vast te stellen op een bedrag van € 1.743,-- bruto per maand, althans € 3.919,-- bruto per maand, met ingang van de datum van de beschikking van het hof, althans met ingang van 18 juli 2007, danwel de partneralimentatie vast te stellen op een zodanig lager bedrag dan € 11.458,-- per maand als het hof redelijk oordeelt. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 12 juni 2008 heeft het hof in principaal en incidenteel appel de beschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat de man een bijdrage in de kosten voor levensonderhoud van de vrouw moet voldoen van € 2.250,-- per maand tot 1 januari 2007, € 3.985,-- per maand tot 1 juli 2007 en een bedrag van € 3.835,-- per maand vanaf 1 juli 2007. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 november 2009.