ECLI:NL:HR:2009:BJ8647
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De middelen van cassatie zijn door de advocaat van de verdachte ingediend, maar voldeden niet aan de wettelijke vereisten van een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of vormvoorschrift.
De Hoge Raad oordeelt dat alleen middelen van cassatie die aan deze eisen voldoen in behandeling kunnen worden genomen. Daarnaast is niet voldaan aan het vereiste dat de middelen tijdig bij de Hoge Raad worden ingediend conform artikel 437, tweede lid, Sv.
Hierdoor is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het beroep, en blijft de bestreden uitspraak van het gerechtshof ongewijzigd. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdige en onvoldoende middelen van cassatie.