ECLI:NL:HR:2009:BJ8715
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak op grond van Opiumwet
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter te Amsterdam uit 2002, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en het opgeven van een valse naam. De aanvrager stelde dat sprake was van persoonsverwisseling, een grond voor herziening volgens artikel 457 Sv Pro.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond was en adviseerde de Hoge Raad om de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten of te schorsen en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond. De Hoge Raad beveelt de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling op grond van artikel 467, eerste lid, Sv.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak wordt hiermee formeel heropend om de persoonsverwisseling te onderzoeken en een nieuwe uitspraak te doen.
Uitkomst: Aanvraag tot herziening wegens persoonsverwisseling gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.