ECLI:NL:HR:2009:BJ8715

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00241 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 457 SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak op grond van Opiumwet

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter te Amsterdam uit 2002, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en het opgeven van een valse naam. De aanvrager stelde dat sprake was van persoonsverwisseling, een grond voor herziening volgens artikel 457 Sv Pro.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond was en adviseerde de Hoge Raad om de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten of te schorsen en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond. De Hoge Raad beveelt de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling op grond van artikel 467, eerste lid, Sv.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en de zaak wordt hiermee formeel heropend om de persoonsverwisseling te onderzoeken en een nieuwe uitspraak te doen.

Uitkomst: Aanvraag tot herziening wegens persoonsverwisseling gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

17 november 2009
Strafkamer
nr. 09/00241 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 26 september 2002, nummer 13/057562-02, ingediend door mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht, namens:
[Aanvrager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en ter zake van "door het bevoegd gezag naar zijn naam gevraagd een valse naam opgeven" veroordeeld tot een geldboete van € 90,-, subsidiair één dag hechtenis, met onttrekking aan het verkeer, verbeurdverklaring en teruggave van inbeslaggenomen goederen zoals in het vonnis vermeld.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat sprake is van een persoonsverwisseling.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting en schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moet de door de aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 26 september 2002;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 17 november 2009.