ECLI:NL:HR:2009:BJ8825
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van valsheid in geschrift bij aanvraag verblijfsvergunning met onjuist adres
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het formulier M35-A, gebruikt voor de aanvraag van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, kan worden aangemerkt als een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225 Sr Pro. De verdachte werd ervan verdacht in de periode van oktober 2001 tot februari 2004 samen met anderen valse formulieren te hebben opgemaakt en gebruikt, waarbij onjuiste verblijfadressen waren ingevuld met het oogmerk deze als echt te gebruiken.
Het hof had geoordeeld dat het formulier M35-A inderdaad een dergelijk geschrift is, omdat het in het maatschappelijk verkeer betekenis heeft voor het bewijs van het feit waar de vreemdeling zich ophoudt. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, waarbij werd benadrukt dat het formulier een kenbron vormt voor de overheid om toezicht te houden op de naleving van de Vreemdelingenwet 2000.
De Hoge Raad wees ook op de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, maar achtte dit niet aanleiding tot rechtsgevolgen gezien de opgelegde voorwaardelijke straf. Uiteindelijk werd het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarbij een correctie werd aangebracht op de strafomschrijving in het eerdere arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarbij het formulier M35-A als geschrift bestemd tot bewijs wordt erkend en valsheid in geschrift wordt vastgesteld.