ECLI:NL:HR:2009:BJ8835

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet op de rechterlijke organisatieWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering verzekeringsuitkering na uitleg polisvoorwaarden

Eiseres, handelend onder de naam [A], vorderde bij de rechtbank Arnhem betaling van diverse bedragen van verzekeraars Mercurius en Amev, onder meer ter zake schadevergoeding, expertisekosten en bedrijfsschade. De rechtbank wees de vorderingen af. Eiseres ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat na deskundigenonderzoek het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Tegen dit arrest stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde daarmee de uitleg van de polisvoorwaarden en de afwijzing van de vorderingen. Eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris advocaat.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de verzekeringsvorderingen.

Uitspraak

4 december 2009
Eerste Kamer
08/01445
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres ], mede handelende onder de naam [A],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. ALGEMENE RISICO VERZEKERING MAATSCHAPPIJ "MERCURIUS" N.V.,
gevestigd te Nijkerk,
2. AMEV SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Mercurius c.s., de verweerders ieder afzonderlijk als Mercurius en Amev.
1. Het geding in feitelijke instanties
[eiseres] heeft bij exploot van 19 februari 2004 Mercurius c.s. gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd,
- Mercurius c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 28.812,95, te verminderen met een bedrag van € 226,90 wegens eigen risico, met rente en kosten;
- Mercurius c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 120,-- wegens expertisekosten en een bedrag van € 1.776,27 wegens buitengerechtelijke kosten;
- Mercurius c.s., althans Amev, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.058,48, wegens bedrijfsschade en
- Mercurius te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 226,98 zijnde het gedeelte van de schade dat het eigen risico betreft dat geldt bij Amev.
Mercurius c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 9 juni 2004 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 25 augustus 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na tussenarresten van 4 april 2006, 29 augustus 2006 en 30 januari 2007, waarbij het hof een deskundigenonderzoek heeft bevolen, heeft het hof bij eindarrest van 4 december 2007 het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Mercurius c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Mercurius c.s. mede door mr. J. Mencke, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Mercurius c.s. begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.