ECLI:NL:HR:2009:BJ8881
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot mondeling tegenspreken beroep in cassatie zonder specifieke volmacht
In deze zaak verzocht mr. G.J.P.M. Grijmans om het door het openbaar ministerie ingestelde beroep in cassatie mondeling te mogen tegenspreken. Hij gaf aan geen contact te hebben gehad met de verdachte en daardoor niet bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn om mondeling op te treden.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van de samenhang tussen art. 438, tweede lid, aanhef en onder a, Sv en art. 452, tweede lid, Sv een advocaat alleen mondeling kan tegenspreken indien hij verklaart daartoe bepaaldelijk door degene namens wie hij optreedt te zijn gevolmachtigd.
Omdat niet bleek dat mr. Grijmans over een dergelijke specifieke volmacht beschikte, moest het verzoek worden afgewezen. De rolbeslissing werd door de vice-president van de Hoge Raad genomen en op 29 september 2009 uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om mondeling tegenspreken van het beroep in cassatie wordt afgewezen wegens ontbreken van specifieke volmacht.