ECLI:NL:HR:2009:BJ9263
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak op grond van Opiumwet en witwassen
De Hoge Raad heeft op 24 november 2009 uitspraak gedaan over een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter te Maastricht. De aanvrager was veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2, onder C, van de Opiumwet en witwassen, met een gevangenisstraf van een maand en onttrekking aan het verkeer van goederen.
De herzieningsaanvraag berustte op de stelling dat sprake was van persoonsverwisseling, een omstandigheid als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moest verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis moest opschorten of schorsen en de zaak moest verwijzen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de aangevoerde omstandigheid inderdaad een grond voor herziening vormde. De zaak werd derhalve terugverwezen voor nieuwe behandeling en beslissing door het gerechtshof, conform artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.