ECLI:NL:HR:2009:BJ9263

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01745 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 457 SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak op grond van Opiumwet en witwassen

De Hoge Raad heeft op 24 november 2009 uitspraak gedaan over een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter te Maastricht. De aanvrager was veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2, onder C, van de Opiumwet en witwassen, met een gevangenisstraf van een maand en onttrekking aan het verkeer van goederen.

De herzieningsaanvraag berustte op de stelling dat sprake was van persoonsverwisseling, een omstandigheid als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moest verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis moest opschorten of schorsen en de zaak moest verwijzen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de aangevoerde omstandigheid inderdaad een grond voor herziening vormde. De zaak werd derhalve terugverwezen voor nieuwe behandeling en beslissing door het gerechtshof, conform artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

24 november 2009
Strafkamer
nr. 09/01745 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Maastricht van 26 augustus 2008, nummer 03/500320-08, ingediend door mr. J.M. Lintz, advocaat te Rotterdam, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod" en "witwassen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, met onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen zoals in het vonnis vermeld.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat sprake is van een persoonsverwisseling.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie onder 6 tot en met 11 genoemde gronden moet de door de aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Maastricht van 26 augustus 2008;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 24 november 2009.