ECLI:NL:HR:2009:BJ9303
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsaanvraag inzake schadevergoeding na voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft de Hoge Raad zich gebogen over een aanvraag tot herziening van een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam, waarin een verzoek tot schadevergoeding wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis werd afgewezen.
De aanvrage tot herziening werd ingediend op grond van artikel 457 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat herziening mogelijk maakt van in kracht van gewijsde gegane einduitspraken houdende veroordeling. De Hoge Raad oordeelde dat een beschikking op een verzoek tot schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 89 Sv Pro geen einduitspraak houdende veroordeling is in de zin van artikel 457 Sv Pro.
Daarom kon de aanvraag tot herziening niet worden ontvangen en werd deze niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van de voorwaarden waaronder herziening kan worden gevraagd, waarbij niet alle beslissingen in strafzaken daarvoor in aanmerking komen.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 6 oktober 2009, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos betrokken waren.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat de beschikking geen einduitspraak houdende veroordeling is.