ECLI:NL:HR:2009:BJ9303

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01319 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 457 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsaanvraag inzake schadevergoeding na voorlopige hechtenis

In deze zaak heeft de Hoge Raad zich gebogen over een aanvraag tot herziening van een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam, waarin een verzoek tot schadevergoeding wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis werd afgewezen.

De aanvrage tot herziening werd ingediend op grond van artikel 457 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat herziening mogelijk maakt van in kracht van gewijsde gegane einduitspraken houdende veroordeling. De Hoge Raad oordeelde dat een beschikking op een verzoek tot schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 89 Sv Pro geen einduitspraak houdende veroordeling is in de zin van artikel 457 Sv Pro.

Daarom kon de aanvraag tot herziening niet worden ontvangen en werd deze niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van de voorwaarden waaronder herziening kan worden gevraagd, waarbij niet alle beslissingen in strafzaken daarvoor in aanmerking komen.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 6 oktober 2009, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos betrokken waren.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat de beschikking geen einduitspraak houdende veroordeling is.

Uitspraak

6 oktober 2009
Strafkamer
nr. 09/01319 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 januari 2007, nummer R 002667-06, ingediend door mr. M.G.C. van Riet, advocaat te Amsterdam, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsvrouwe.
1. De beschikking waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in de beschikking een verzoek van de aanvrager tot schadevergoeding wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis afgewezen.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Art. 457, eerste lid, Sv luidt, voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, als volgt:
"Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeeling, kan worden aangevraagd:
1°. (...)
2°. (...)
3°. (...)"
3.2. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden omdat een beschikking op een verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in art. 89 Sv Pro, als waarvan te dezen sprake is, niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 6 oktober 2009.