ECLI:NL:HR:2009:BJ9433

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/05280
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 lid 2 onder a BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing uit ouderlijk gezag en benoeming voogd over minderjarige kinderen

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Amsterdam om de ouders te ontheffen uit het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen en het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam als voogd te benoemen. De rechtbank ontheft de vader, maar wijst het verzoek tegen de moeder af. De Raad en het BJAA stellen hoger beroep in. Het hof vernietigt de beschikking en ontheft ook de moeder uit het gezag, terwijl het BJAA als voogd wordt aangesteld.

De moeder stelt beroep in cassatie in tegen het hof. De Hoge Raad beoordeelt de aangevoerde klachten en concludeert dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De conclusie van de Advocaat-Generaal is tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken door de raadsheren, waarmee de moeder definitief uit het ouderlijk gezag wordt ontheven en het BJAA als voogd wordt aangesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het hofbesluit tot ontheffing uit het ouderlijk gezag en benoeming van het BJAA als voogd blijft in stand.

Uitspraak

4 december 2009
Eerste Kamer
08/05280
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO AMSTERDAM GOOI EN VECHT,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 11 april 2007 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de moeder en [de vader] (hierna: de vader) te ontheffen uit het ouderlijk gezag van de minderjarige kinderen van partijen, [kind 1] en [kind 2] (hierna: de kinderen). Het verzoek strekt voorts tot benoeming van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (hierna: het BJAA) als voogd van de kinderen.
De moeder heeft het verzoek bestreden; de vader heeft het verzoek niet weersproken.
De rechtbank heeft bij beschikking van 5 december 2007 de vader uit het ouderlijk gezag ontheven en het verzoek van de Raad de moeder van het ouderlijk gezag te ontheffen afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de Raad hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Ook het BJAA heeft tegen de beschikking van de rechtbank hoger beroep ingesteld en verzocht de beschikking te vernietigen en hem te belasten met de voogdij over de kinderen.
Bij beschikking van 30 september 2008 heeft het hof de bestreden beschikking, voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigd, de moeder uit het ouderlijk gezag ontheven en het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (hierna: het BJAA) met de voogdij over de kinderen belast.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof, voorzover gewezen tussen de moeder en de Raad, heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
In cassatie is geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.