ECLI:NL:HR:2009:BJ9433
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontheffing uit ouderlijk gezag en benoeming voogd over minderjarige kinderen
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Amsterdam om de ouders te ontheffen uit het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen en het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam als voogd te benoemen. De rechtbank ontheft de vader, maar wijst het verzoek tegen de moeder af. De Raad en het BJAA stellen hoger beroep in. Het hof vernietigt de beschikking en ontheft ook de moeder uit het gezag, terwijl het BJAA als voogd wordt aangesteld.
De moeder stelt beroep in cassatie in tegen het hof. De Hoge Raad beoordeelt de aangevoerde klachten en concludeert dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De conclusie van de Advocaat-Generaal is tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken door de raadsheren, waarmee de moeder definitief uit het ouderlijk gezag wordt ontheven en het BJAA als voogd wordt aangesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het hofbesluit tot ontheffing uit het ouderlijk gezag en benoeming van het BJAA als voogd blijft in stand.