ECLI:NL:HR:2009:BK0271

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03786
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:11 AwbArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ondertekeningsmandaat bij bezwaar tegen WOZ-beschikking gemeente Alkmaar

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak door de gemeente Alkmaar. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, waarna de rechtbank en het hof het beroep ongegrond verklaarden. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betrof de vraag of de ondertekening van de uitspraak op bezwaar door een ander dan de heffingsambtenaar rechtsgeldig was. Het hof had vastgesteld dat de ondertekening namens de heffingsambtenaar was gedaan, wat een feitelijk oordeel is dat in cassatie niet kan worden getoetst.

De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 10:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het ondertekeningsmandaat toelaatbaar is, omdat geen wettelijk voorschrift anders bepaalt en de aard van de bevoegdheid zich hiertegen niet verzet. De klachten van belanghebbende faalden en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, waarbij het ondertekeningsmandaat als rechtsgeldig wordt bevestigd.

Uitspraak

Nr. 08/03786
16 oktober 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2008, nr. 08/00164, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 vastgesteld.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar bij uitspraak de waarde gehandhaafd.
De Rechtbank te Alkmaar (nr. 07/2036 WOZ) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. De uitspraak op bezwaar vermeldt dat zij is gedaan door A is de heffingsambtenaar.
3.1.2. Het Hof heeft vastgesteld dat B de uitspraak op bezwaar heeft ondertekend in opdracht van de heffingsambtenaar. Dit oordeel is van feitelijke aard, en kan daarom in cassatie niet op juistheid worden onderzocht.
3.2.1. Uit hetgeen in 3.1 is overwogen volgt dat uitspraak op bezwaar is gedaan door het bevoegde bestuursorgaan, namelijk de heffingsambtenaar.
3.2.2. De ondertekening van het schriftelijke besluit door een ander dan de heffingsambtenaar in diens opdracht is op grond van het bepaalde in artikel 10:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toelaatbaar, nu er geen wettelijk voorschrift bestaat waarin anders is bepaald, en de aard van de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften zich hiertegen niet verzet.
3.2.3. Op grond hiervan faalt belanghebbendes eerste klacht.
3.3. Ook de tweede klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2009.