ECLI:NL:HR:2009:BK0281
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag verfijnde fosfaatheffing 2002
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een naheffingsaanslag opgelegd in de verfijnde fosfaatheffing, welke aanslag na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag, omdat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hoeveelheden meststoffen zoals vermeld op de afleveringsbewijzen daadwerkelijk waren geleverd.
Het geschil betrof vooral de bewijslast en de juistheid van de afleveringsbewijzen met bonnummers 001 en 003, waarvan belanghebbende betwistte dat de leveringen hadden plaatsgevonden. Het Hof oordeelde dat de handtekeningen op deze bewijzen niet overeenkwamen met die van belanghebbende, waardoor de Inspecteur niet voldeed aan zijn bewijslast.
De Minister stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak, stellende dat belanghebbende verplicht was afleveringsbewijzen op te maken en te controleren. De Hoge Raad verwierp dit middel, oordeelde dat het Hof het bewijsoordeel terecht als feitelijk en voldoende gemotiveerd had beschouwd en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
De Minister werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef de vernietiging van de naheffingsaanslag in stand, wat betekent dat belanghebbende niet hoefde te betalen voor de betwiste fosfaatheffing over 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister is ongegrond verklaard, waarmee de vernietiging van de naheffingsaanslag in de verfijnde fosfaatheffing blijft bestaan.