ECLI:NL:HR:2009:BK0298

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03320
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet belasting zware motorrijtuigenArt. 2 richtlijn 1999/62/EG
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt heffing belasting zware motorrijtuigen voor lijnrijders met verkoopvrachtwagens

In deze zaak gaat het om vijf proefprocedures betreffende de belasting die wordt geheven op zware motorrijtuigen. De belanghebbenden, lijnrijders die bloemen en planten zonder voorafgaande bestelling op veilingen kopen en deze vanuit vrachtwagens verkopen in het buitenland, betwisten de belastingplicht. De vrachtwagens zijn voorzien van een zijdeur met inklapbare trap, koelinstallatie en tl-verlichting, en bevatten rolcontainers met bloemen en planten, waarbij een looppad over de lengte van de laadruimte ontstaat.

De centrale vraag is of deze voertuigen, ondanks het gebruik voor verkoopactiviteiten, uitsluitend bestemd zijn voor goederenvervoer in de zin van de Wet belasting zware motorrijtuigen en de onderliggende Europese richtlijn. Het Hof oordeelde dat de algemene bestemming van de voertuigen het goederenvervoer is, wat afwijkt van de eerdere rechtbankuitspraak.

Formeel werd vastgesteld dat in twee zaken niet door de belastingplichtige zelf werd geprocedeerd, waardoor in één zaak de uitspraak vernietigd moest worden en in de andere het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de derde zaak werd aangenomen dat de belanghebbende de kentekenhouder en belastingplichtige is.

Inhoudelijk bevestigt de Hoge Raad dat de belasting verschuldigd is door ondernemers die eigen goederen vervoeren, zoals lijnrijders, en dat de algemene bestemming van het voertuig bepalend is. De aanpassingen aan de vrachtwagens zijn van ondergeschikt belang en wijzigen de bestemming niet. Het beleidsbesluit van de staatssecretaris biedt geen gerechtvaardigd vertrouwen dat de vrachtwagens buiten de heffing vallen. Proceskostenvergoedingen leiden niet tot cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrachtwagens van lijnrijders onder de Wet belasting zware motorrijtuigen vallen en dat de belastingplicht terecht is vastgesteld.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.