ECLI:NL:HR:2009:BK0672

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02719
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken appelgronden in WSNP-procedure

Verzoeker heeft bij de rechtbank Arnhem een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat hem niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het ontbreken van appelgronden in het beroepschrift en het te laat indienen van een aanvullend beroepschrift.

Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat het hof terecht het hoger beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De Hoge Raad benadrukte dat het ontbreken van appelgronden in het beroepschrift en het niet met bekwame spoed indienen van een aanvullend beroepschrift binnen een wettelijke termijn die korter is dan veertien dagen, rechtvaardigen dat het hoger beroep wordt afgewezen. Het arrest werd op 18 december 2009 gewezen en het beroep verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van appelgronden en niet tijdig indienen van aanvullend beroepschrift.

Uitspraak

18 december 2009
Eerste Kamer
09/02719
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 maart 2009 gedateerd verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot de rechtbank Arnhem en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 mei 2009 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem
Bij arrest van 2 juli 2009 heeft het hof [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.