ECLI:NL:HR:2009:BK0864

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01466
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring verzoekster

Verzoekster werd bij vonnis van 28 september 2007 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst door de rechtbank 's-Hertogenbosch. Op voordracht van de rechter-commissaris werd deze regeling op 26 november 2008 tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet. Tevens werd verzoekster in staat van faillissement verklaard voor het geval dat het vonnis in kracht van gewijsde zou treden.

Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat bij arrest van 30 maart 2009 het tussentijdse beëindigingsvonnis bevestigde. Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het tussentijdse beëindigen van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring ongewijzigd bleven.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen, waarmee het tussentijdse beëindigen van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring in stand blijven.

Uitspraak

18 december 2009
Eerste Kamer
09/01466
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 28 september 2007 van de rechtbank 's-Hertogenbosch is ten aanzien van [verzoekster] de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank bij vonnis van 26 november 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] tussentijds beëindigd op de voet van art. 350 F. Voor het geval dat de uitspraak kracht van gewijsde krijgt, heeft de rechtbank bepaald dat [verzoekster] in staat van faillissement verkeert.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 30 maart 2009 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoekster] heeft op 30 oktober 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.