ECLI:NL:HR:2009:BK0864
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring verzoekster
Verzoekster werd bij vonnis van 28 september 2007 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst door de rechtbank 's-Hertogenbosch. Op voordracht van de rechter-commissaris werd deze regeling op 26 november 2008 tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet. Tevens werd verzoekster in staat van faillissement verklaard voor het geval dat het vonnis in kracht van gewijsde zou treden.
Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat bij arrest van 30 maart 2009 het tussentijdse beëindigingsvonnis bevestigde. Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het tussentijdse beëindigen van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring ongewijzigd bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen, waarmee het tussentijdse beëindigen van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring in stand blijven.