ECLI:NL:HR:2009:BK0896
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kosten invordering dwangbevel loonbelasting en toetsing proportionaliteit
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor loonbelasting en premie volksverzekeringen over de periode mei tot en met december 1996. De belastingdeurwaarder bracht kosten in rekening voor de betekening van een dwangbevel. Na administratief beroep werd de kostenbeschikking aanvankelijk vernietigd wegens het ontbreken van het vereiste van in gebreke zijn. Vervolgens werd een nieuwe kostenbeschikking opgelegd die door de ontvanger werd gehandhaafd en bevestigd door het hof.
De Hoge Raad heeft in cassatie beoordeeld of de in rekening gebrachte kosten terecht en proportioneel waren. De Hoge Raad stelt dat de Kostenwet invordering rijksbelastingen forfaitaire bedragen voorschrijft en dat de rechter geen ruimte heeft om de proportionaliteit van deze kosten te toetsen. Ook is volgens de Hoge Raad het in rekening brengen van deze kosten niet aan te merken als een boete in de zin van artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de kostenberekening en het ontbreken van een toetsingsmogelijkheid op proportionaliteit door de rechter. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de kosten van het dwangbevel worden bevestigd zonder toetsing op proportionaliteit.