ECLI:NL:HR:2009:BK1833

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02410 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken ernstige nieuwe feiten bij niet voldoen aan ambtelijk bevel

De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld wegens opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering van een ambtenaar met toezichtbevoegdheid. Tegen dit vonnis werd een herzieningsverzoek ingediend op grond van nieuwe feiten die tijdens de oorspronkelijke zitting niet bekend waren.

De aanvrager stelde dat de Politierechter zich had gebaseerd op onjuiste informatie van de politie, met name een passage op de aanhoudingskaart waarin werd vermeld dat de verdachte een psychiatrisch verleden had. Deze passage was later door de korpsbeheerder gewist en als onbehoorlijk aangemerkt.

De Hoge Raad oordeelde echter dat het wissen van deze passage niet leidt tot een ernstig vermoeden dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid, omdat het feit dat de aanvrager niet voldeed aan het ambtelijk bevel onbetwist bleef. Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen.

Het arrest werd uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 november 2009 en bevestigt de veroordeling van de aanvrager zonder wijziging.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling van de aanvrager.

Uitspraak

3 november 2009
Strafkamer
nr. 09/02410 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 5 oktober 2006, nummer 05/701591-06, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast" veroordeeld tot een geldboete van € 135,-, subsidiair 2 dagen hechtenis, waarvan € 50,-, subsidiair 1 dag hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de Politierechter zich heeft gebaseerd op onjuiste informatie van de politie en dat deze zaak niet zou hebben geleid tot de veroordeling van de aanvrager, indien de Politierechter bekend was geweest met de brief van 4 juni 2008 van de Hoofdofficier van Justitie te Arnhem waarin aan de aanvrager is medegedeeld dat "de zinsnede op de aanhoudingskaart waarvan inmiddels door de korpsbeheerder is aangegeven dat deze passage niet op feitelijkheden berust en onbehoorlijk is, is gewist".
3.3. Die omstandigheid kan echter niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. Het wissen van de desbetreffende zinsnede, die luidde: "Verdachte heeft een psychiatrisch verleden", doet er immers niet aan af dat de aanvrager niet heeft voldaan aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 3 november 2009.