ECLI:NL:HR:2009:BK2653
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens witwassen en bewijsgebruik MOT-overzicht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verdachte werd veroordeeld voor witwassen van een bedrag van USD 90.000 op Curaçao.
De bewezenverklaring steunt op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van een immigratieambtenaar en douanebeambte, het aantreffen van grote hoeveelheden contant geld in tijdschriften en cadeaupapier, en het ontbreken van een geloofwaardige verklaring over de herkomst van het geld. Ook speelde de betrokkenheid van een persoon die verdachte op de luchthaven ophaalde, die voorkwam in het MOT-register wegens verdachte transacties, een rol.
De Hoge Raad oordeelt dat het overzicht van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) als een schriftelijk bewijsstuk in de zin van art. 387.1.c SvNA zelfstandig mag worden gebruikt. Het beroep van verdachte op onrechtmatigheid van dit bewijs faalt.
Wel acht de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden wordt verminderd tot elf maanden en één week. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden en één week wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep wordt verder verworpen.