ECLI:NL:HR:2009:BK3183

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03593
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 292 lid 3 FArt. 292 lid 5 F
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding cassatietermijn in schuldsaneringsregeling

Verzoekster had bij de rechtbank Almelo een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde. Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 292 lid 5 in Pro verbinding met lid 3 van de Faillissementswet, dat bepaalt dat het cassatieberoep binnen acht dagen na uitspraak moet worden ingesteld. De cassatietermijn verstreek op 4 september 2009, terwijl het verzoekschrift pas op 5 september 2009 werd ingediend.

Hierdoor werd het cassatieberoep te laat ingesteld en verklaarde de Hoge Raad verzoekster niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven en Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door vice-president Koster op 22 december 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.

Uitspraak

22 december 2009
Eerste Kamer
09/03593
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 7 juli 2009 heeft de rechtbank Almelo het verzoek van [verzoekster] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 27 augustus 2009 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in het door haar ingestelde cassatieberoep, wat er ten gronde ook zij van ’s hofs arrest en de daartegen gerichte klachten.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 292 lid 5 in Pro verbinding met lid 3 F. kan tegen het onder 2 aangeduide arrest beroep in cassatie worden ingesteld binnen acht dagen, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn in het onderhavige geval verstreek op 4 september 2009. Het verzoekschrift is op 5 september 2009 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoekster zal derhalve in haar verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.