ECLI:NL:HR:2009:BK4161
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in afpersingszaak wegens onvoldoende nieuw bewijs
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor afpersing en schuldheling. De feiten betreffen twee afpersingsincidenten in Utrecht waarbij slachtoffers onder bedreiging met geweld geld moesten afstaan. Daarnaast werd de aanvrager veroordeeld voor het verwerven van een vermoedelijk door misdrijf verkregen mobiele telefoon.
Het herzieningsverzoek baseert zich op nieuwe verklaringen van een slachtoffer die in een andere strafzaak tegen een medeverdachte werden afgelegd. In die zaak werd de medeverdachte vrijgesproken vanwege onvoldoende betrouwbaar bewijs, waarbij de verklaring van het slachtoffer als onbetrouwbaar werd beoordeeld.
De Hoge Raad overweegt dat het hof in de oorspronkelijke zaak de betrouwbaarheid van het slachtoffer reeds zorgvuldig heeft gewogen en geen reden zag om aan die verklaring te twijfelen. De omstandigheden uit de andere zaak kunnen niet leiden tot een ernstig vermoeden dat het onderzoek anders had moeten verlopen. Daarom wordt het verzoek tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende nieuwe feiten die het eerdere oordeel zouden wijzigen.