ECLI:NL:HR:2009:BK6519
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe feiten bij valse aangifte
De aanvrager werd door het gerechtshof veroordeeld wegens het doen van valse aangifte van een inbraak in zijn woning op 24 juni 2004. Hij verzocht om herziening van dit arrest op grond van nieuwe bewijsmiddelen die zouden aantonen dat er daadwerkelijk een inbraak had plaatsgevonden op die datum.
De Hoge Raad beoordeelde of deze nieuwe feiten het ernstig vermoeden konden wekken dat, indien zij eerder bekend waren geweest, het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een minder zware strafbepaling zou hebben geleid. De Raad concludeerde dat de aangevoerde feiten dit vermoeden niet konden wekken.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het herzieningsverzoek kennelijk ongegrond en wees het af. Hiermee blijft het eerdere arrest van het gerechtshof in stand, waarin de aanvrager werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf wegens het doen van valse aangifte.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen en de veroordeling blijft in stand.