ECLI:NL:HR:2009:BK7354

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00180 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Arbo-wetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak over causaal verband Arbo-wet

Op 22 december 2009 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen dat was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 21 december 2007. Het betrof een strafzaak waarin de toepassing van artikel 32 van Pro de Arbo-wet centraal stond, met name de vraag omtrent het causaal verband. De Advocaat-Generaal bij het Hof had een middel van cassatie voorgesteld, maar de raadsvrouwe van de verdachte heeft dit middel tegengesproken.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen, W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem werd bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Arnhem.

Uitspraak

22 december 2009
Strafkamer
Nr. 08/00180 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, Economische Kamer, van 21 december 2007, nummer 24/002056-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De raadsvrouwe van de verdachte, mr. A.E.M. Röttgering, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen, W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 22 december 2009.