ECLI:NL:HR:2009:BK7371

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04310 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 197 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van aanvraag tot herziening wegens ontbreken van grond voor herziening

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te 's-Gravenhage, waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor diefstal en illegaal verblijf in Nederland. De aanvraag berustte op de stelling dat sprake zou zijn van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder 1°, Sv, namelijk dat er tegenstrijdige bewezenverklaringen zouden zijn tussen verschillende uitspraken.

De aanvrager verwees naar eerdere uitspraken van het Gerechtshof te 's-Gravenhage en van de Politierechter te Utrecht en 's-Gravenhage waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard in vervolgingen wegens overtreding van art. 197 Sr Pro, terwijl de Politierechter hem wel veroordeelde voor een overtreding van hetzelfde artikel. De Hoge Raad overwoog dat voor herziening op grond van art. 457 Sv Pro slechts een door bewijsmiddelen gestaafde omstandigheid kan dienen dat bewezenverklaringen in verschillende uitspraken niet met elkaar overeenstemmen.

Uit de feiten bleek dat deze voorwaarde niet was vervuld, zodat de aanvraag niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van strikte toetsing aan de voorwaarden voor herziening en handhaafde de rechtszekerheid van in kracht van gewijsde gegane uitspraken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een grond voor herziening.

Uitspraak

22 december 2009
Strafkamer
nr. 09/04310 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 29 juli 2009, nummers 09/407673-09 en 09/407899-09, ingediend door mr. J.W. van Leeuwen, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, thans verblijvende in [plaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van 1. "diefstal" en 2. "als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. De aanvrage berust op de stelling dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 1°, Sv. Daartoe wordt aangevoerd dat de aanvrager door de Politierechter onder andere is veroordeeld ter zake van overtreding van art. 197 Sr Pro, terwijl bij arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 maart 2009 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging van de aanvrager ter zake van een andere overtreding van art. 197 Sr Pro, nu die vervolging, naar het oordeel van het Hof, geen redelijk doel diende. Voorts hebben ook de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht bij vonnis van 1 april 2009 en de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage bij vonnis van 11 mei 2009 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de aanvrager ter zake van art. 197 Sr Pro.
3.2. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder 1°, van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet met elkaar zijn overeen te brengen.
3.3. Uit hetgeen hiervoor onder 3.1 is weergegeven volgt dat zich hier niet het geval als bedoeld in 3.2 voordoet, zodat de aanvrage niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 december 2009.