ECLI:NL:HR:2010:BI1929
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht loon voor door werkgever betaalde kosten belastingadviseur
Belanghebbende, een onderneming met werknemers uitgezonden vanuit buitenlandse groepsmaatschappijen, had voor deze werknemers nettoloonovereenkomsten gesloten. Voor de jaren 2001 en 2002 werden door belanghebbende de kosten van een belastingadviesbureau betaald dat aangiften inkomstenbelasting namens de werknemers indiende. Deze kosten werden niet aan de werknemers doorberekend.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op, die na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof werd gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of de door de werkgever betaalde kosten als loon moesten worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden van het belastingadviesbureau een persoonlijke aangelegenheid van de werknemers zijn en dat het betalen van deze kosten door de werkgever loon vormt in de zin van artikel 10, lid 1, Wet LB 1964. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond. De kosten moeten gewaardeerd worden naar de economische waarde en het feit dat de werkgever ook baat heeft bij de werkzaamheden doet hieraan niet af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd.