ECLI:NL:HR:2010:BJ8617
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen met betrekking tot de opgelegde straf, en stelde verlaging daarvan voor. De Hoge Raad heeft het beroep grotendeels verworpen, maar heeft ambtshalve de straf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de gevangenisstraf met 24 maanden. De overige middelen van cassatie werden niet gegrond bevonden en behoefden geen nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en bepaalde dat deze voortaan 23 maanden bedraagt. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 5 januari 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.