ECLI:NL:HR:2010:BJ9082
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid navorderingsaanslag bij gemoedsbezwaarde met hoge ziektekosten
Belanghebbende, een gemoedsbezwaarde die geen ziektekostenverzekering had afgesloten, deed voor 2001 aangifte inkomstenbelasting met een ziektekostenaftrek van €27.608. De Inspecteur legde aanvankelijk een aanslag op overeenkomstig de aangifte, maar legde later een navorderingsaanslag op omdat hij meende dat de ziektekosten niet op belanghebbende drukten vanwege ontvangen giften.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de Inspecteur terecht een nieuw feit had aangenomen dat navordering rechtvaardigde. Het geschil betrof vooral of de Inspecteur verplicht was nader onderzoek te doen naar de juistheid van de ziektekostenaftrek.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de aangifte, tenzij er redelijke twijfel bestaat. Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur geen aanleiding had om te twijfelen aan de ziektekostenaftrek, ook niet gezien de ontvangen giften, en dat het nalaten van nader onderzoek geen ambtelijk verzuim was.
De Hoge Raad vond dit oordeel niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd en wees het cassatieberoep af. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee is bevestigd dat de Inspecteur niet verplicht is tot nader onderzoek indien er geen redelijke twijfel bestaat aan de juistheid van de aangifte, ook bij gemoedsbezwaarden met hoge ziektekosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.