ECLI:NL:HR:2010:BK1618
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verrekening van onverteerde winstaandelen in huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij verrekening van netto-inkomensoverschotten tussen echtgenoten is afgesproken. De man was vennoot in een advocatenmaatschap en ontving maandelijks een voorschot op zijn winstdeel. Niet uitgekeerde winsten werden toegevoegd aan zijn kapitaal in de maatschap.
Tijdens het huwelijk vond geen verrekening plaats. Bij echtscheiding vorderde de vrouw verrekening van de onverteerde inkomsten over de huwelijksperiode. De rechtbank en het hof stelden vast dat de niet uitgekeerde winsten als inkomen moeten worden beschouwd en dat deze in de verrekening moeten worden betrokken, ondanks dat ze niet liquide zijn en niet zonder toestemming van de andere vennoten uitgekeerd kunnen worden.
De man voerde aan dat deze winsten niet voor verrekening in aanmerking komen omdat ze niet uitkeerbaar zijn en de continuïteit van de maatschap in gevaar zou komen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het gehele winstaandeel, inclusief het niet uitgekeerde gedeelte, moet worden meegenomen bij de netto-inkomensverrekening volgens de huwelijkse voorwaarden.
De Hoge Raad oordeelde dat de financiële afwikkeling tussen partijen kan plaatsvinden zonder dat de continuïteit van de maatschap wordt geschaad en dat het standpunt van de man dat de winsten niet liquide zijn, hem niet kan worden tegengeworpen. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat onverteerde winstaandelen in de maatschap moeten worden betrokken bij de verrekening van inkomsten volgens huwelijkse voorwaarden.