ECLI:NL:HR:2010:BK3390
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt bewezenverklaring drugsverkoop
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij werd veroordeeld voor de verkoop en aanwezigheid van grote hoeveelheden heroïne en cocaïne.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer het ontbreken van pleitnotities bij de stukken en de vermeende denaturering van een verklaring van verdachte. Het hof had in de verklaring het woord 'briefje met telefoonnummers' vervangen door 'iets', maar de Hoge Raad oordeelde dat dit geen feitelijke grondslag mist omdat de relatie tussen verdachte en de drugs uit andere bewijsmiddelen voldoende blijkt.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, mede doordat de cassatiefase meer dan zestien maanden duurde. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met zes maanden, waardoor de straf op vijf jaar en zes maanden werd vastgesteld.
De overige middelen van cassatie werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en bevestigde het overige oordeel.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige veroordeling blijft in stand.