ECLI:NL:HR:2010:BK3517
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 5 januari 2010 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 26 maart 2008. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de opgelegde straf en tot vermindering daarvan, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde de uitspraak uitsluitend met betrekking tot de duur van de gevangenisstraf, die werd verminderd tot drie jaar en tien maanden.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan. Dit leidde tot de strafvermindering. Voor het overige werd het beroep verworpen, en er waren geen andere gronden voor ambtshalve vernietiging.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.