ECLI:NL:HR:2010:BK3803
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Juridische eigendom en certificering bij fiscale eenheid volgens artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Belanghebbende, samen met haar dochter- en kleindochtermaatschappij, verzocht om een fiscale eenheid per 1 januari 2005. De Inspecteur wees dit af vanwege certificering van aandelen door een stichting administratiekantoor (STAK), die 19,99% van de aandelen in de dochtermaatschappij hield. De rechtbank en het hof bevestigden de afwijzing, stellende dat certificering betekende dat de moedermaatschappij niet langer de juridische eigendom van ten minste 95% van de aandelen bezat.
Belanghebbende stelde in cassatie dat ondanks de certificering de juridische eigendom wezenlijk niet was veranderd, omdat STAK gebonden was aan strikte instructies van de certificaathouder (belanghebbende) met betrekking tot het stemrecht. De Hoge Raad oordeelde dat het vereiste van juridische eigendom in artikel 15 lid 1 Wet Pro vennootschapsbelasting 1969 ook inhoudt dat de moedermaatschappij volledige zeggenschap moet hebben over de aandelen, hetgeen bij certificering kan worden voldaan indien het stemrecht volgens instructies van de certificaathouder wordt uitgeoefend zonder instemming van derden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest omdat het hof ten onrechte oordeelde dat het stemrecht slechts gezamenlijk met de houder van de warrant kon worden uitgeoefend. De Hoge Raad verwees de zaak naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor verdere behandeling.