ECLI:NL:HR:2010:BK4171

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00540 J
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in jeugdige strafzaak ondanks overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt de middelen en concludeert dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, waardoor geen nadere motivering wordt gegeven.

Daarnaast beoordeelt de Hoge Raad ambtshalve de bestreden uitspraak en constateert dat het strafrecht voor jeugdigen op de verdachte is toegepast. Er is een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Ondanks deze termijnoverschrijding ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan dit oordeel rechtsgevolgen te verbinden, mede gezien de aard en duur van de opgelegde straf, namelijk een taakstraf van veertig uur of subsidiair twintig dagen jeugddetentie. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde taakstraf ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

19 januari 2010
Strafkamer
nr. 08/00540 J
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 januari 2008, nummer 20/002453-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen jeugddetentie, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 19 januari 2010.