ECLI:NL:HR:2010:BK4459
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Uitleg polisbepalingen kredietverzekering over begrip 'storting van de vordering'
In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'storting van de vordering' in een kredietverzekeringspolis centraal. [Verweerster] had een kredietverzekering afgesloten bij Atradius en vorderde betaling van schadevergoeding wegens onbetaalde facturen aan een Ierse debiteur die altijd per cheque betaalde. Atradius wees de claim af omdat oudere facturen langer dan 60 dagen onbetaald waren, wat volgens hen dekking uitsloot.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de afgifte van een cheque een voor de verzekerde kenbare handeling is die als 'storting' kan worden gezien, ook al is betaling nog niet voltooid. Het hof vond dat de polisvoorwaarden het gedrag van een goed koopman voorschrijven en dat de cheque-afgifte vertrouwen mag geven dat betaling zal volgen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatieklachten. De Raad benadrukte dat 'storting van een vordering' geen algemeen aanvaarde betekenis heeft en dat de polisvoorwaarden dit begrip in hun context moeten worden uitgelegd. De afgifte van een cheque is een handeling van de debiteur gericht op voldoening, zonder dat betaling voltooid hoeft te zijn. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad veroordeelde Atradius in de kosten van het cassatiegeding en wees de vordering van [verweerster] toe onder aftrek van het eigen risico.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat afgifte van een cheque als 'storting van de vordering' geldt in de polisvoorwaarden.