ECLI:NL:HR:2010:BK5496
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest met betrekking tot de strafmaat, met vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot vierendertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het beroep wordt voor het overige verworpen omdat de overige middelen niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf.
De uitspraak is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen en is uitgesproken op 2 maart 2010.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 34 maanden wegens overschrijding redelijke termijn, beroep voor het overige verworpen.