ECLI:NL:HR:2010:BK5627
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling wegens vermeende schending inlichtingenplicht WWB-uitkering
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot een taakstraf wegens het opzettelijk niet volledig verstrekken van gegevens die van belang waren voor zijn recht op een WWB-uitkering over de periodes 1 maart 2006 tot 19 april 2007 en 4 september 2007 tot 1 maart 2008.
Na het vonnis verklaarde het College van Burgemeester en Wethouders Nijmegen het bezwaar van de aanvrager gegrond. Uit nader onderzoek bleek dat de aanvrager zijn klantmanager steeds op de hoogte hield van zijn feitelijke verblijfplaats, namelijk het merendeel van de week in Heerlen vanwege mantelzorg voor zijn moeder. Hierdoor was er geen sprake van schending van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in art. 227b Sr.
De Hoge Raad concludeerde dat deze nieuwe feiten niet bekend waren bij de Politierechter en dat, indien deze wel bekend waren geweest, de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn. Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening gegrond, schortte zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.