ECLI:NL:HR:2010:BK6347

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00148 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken geldige middelen

Op 2 maart 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het beroep was ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door mr. P.A.M. Verkuijlen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad beoordeelde het derde middel en stelde vast dat dit middel geen stellige en duidelijke klacht bevatte over de schending van een rechtsregel of het verzuim van een vormvoorschrift. Hierdoor kon dit middel niet in behandeling worden genomen. De overige middelen konden eveneens niet tot cassatie leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest is gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, uitgesproken op 2 maart 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens het ontbreken van geldige middelen.

Uitspraak

2 maart 2010
Strafkamer
nr. 09/00148 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 23 december 2008, nummer 20/002115-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.A.M. Verkuijlen, advocaat te Sint-Oedenrode, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het derde middel
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als derde middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
3. Beoordeling van de overige middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 2 maart 2010.