ECLI:NL:HR:2010:BK6590

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02738
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie over partneralimentatie na echtscheiding

De vrouw en de man zijn gescheiden bij beschikking van de rechtbank Utrecht op 18 januari 2006. De vrouw verzocht met een verzoekschrift van 8 april 2008 de rechtbank om de man te verplichten maandelijks € 1.000,- aan haar te betalen als bijdrage in haar levensonderhoud. De man bestreed dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek af bij beschikking van 30 juli 2008. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat bij beschikking van 26 mei 2009 de afwijzing van de rechtbank bekrachtigde.

De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven en Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door Van Schendel op 5 februari 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot partneralimentatie.

Uitspraak

5 februari 2010
Eerste Kamer
09/02738
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van 18 januari 2006 van de rechtbank Utrecht is tussen partijen echtscheiding uitgesproken.
Met een op 8 april 2008 gedateerd verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot voornoemde rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de man maandelijks een bedrag van € 1.000,-- aan haar zal voldoen als bijdrage in haar levensonderhoud.
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2008 het verzoek van de vrouw afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 26 mei 2009 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.