ECLI:NL:HR:2010:BK6926
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak tegen de verdachte. De verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden omdat de stukken te laat waren ingezonden door het hof. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel gegrond was en erkende de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Ondanks de overschrijding van meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep, werd geen rechtsgevolg verbonden aan deze overschrijding, mede gezien de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van slechts vier weken en de mate van overschrijding. Daarnaast bevatte het tweede middel een klacht over het ontbreken van motivering door het hof bij het afwijken van het standpunt van de verdediging dat er geen sprake was van schuldheling.
De Hoge Raad verwierp dit tweede middel omdat het niet met voldoende precisie was geformuleerd en het niet duidelijk was op welk onderbouwd standpunt het middel betrekking had. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en werd de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling of verwijzing naar een ander hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.