ECLI:NL:HR:2010:BK8085
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek betaling kinderalimentatie door vader
De moeder en dochter hebben bij de rechtbank Dordrecht verzocht om de vader te verplichten een bijdrage te betalen voor de kosten van verzorging, opvoeding, levensonderhoud en studie van de dochter vanaf 1 februari 2002. De rechtbank wees dit verzoek bij eindbeschikking af. Hiertegen stelden zij hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde en het meer of anders verzochte afwees.
Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Deze beslissing werd gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel en Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Van Schendel op 19 februari 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot kinderalimentatie afgewezen.