ECLI:NL:HR:2010:BK8611
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over baatbelasting bij herinrichting binnenstad Breda
Belanghebbende kreeg een baatbelasting opgelegd voor de herinrichting van de binnenstad van Breda. Na bezwaar en diverse gerechtelijke procedures werd het beroep van belanghebbende door het Hof Arnhem gegrond verklaard en de aanslag vernietigd. Het College van burgemeester en wethouders van Breda stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat een wijziging of vervanging van een bestaande voorziening als een nieuwe voorziening kan worden aangemerkt indien deze leidt tot een verbetering. Het hof had terecht geoordeeld dat alleen de verbeterde onderdelen van bestaande voorzieningen als voorzieningen in de zin van artikel 222 van Pro de Gemeentewet kunnen worden beschouwd en dat het verhaal van kosten via baatbelasting beperkt is tot die verbeteringen.
Het hof had het oordeel gebaseerd op het geheel van voorzieningen in het heringerichte gebied en niet alleen op de verbeterde onderdelen, maar dit was geen onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde het College tot betaling van proceskosten. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat geen wezenlijke verandering van het geheel van voorzieningen heeft plaatsgevonden, en dat de baatbelasting daarom niet kan worden geheven, in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het College van burgemeester en wethouders van Breda is ongegrond verklaard.