ECLI:NL:HR:2010:BK9178

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04312 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens onjuiste kentekenvermelding

De Hoge Raad behandelde een verzoek tot herziening van een verstekvonnis van de Kantonrechter Zutphen uit 2003, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het niet verzekeren van een motorrijtuig. Het verzoek tot herziening werd ingediend op grond van artikel 457 Sv Pro, dat herziening mogelijk maakt bij tegenstrijdige bewezenverklaringen of nieuwe omstandigheden die tot vrijspraak of minder zware straf zouden kunnen leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 459 Sv Pro, omdat het verzoek gebaseerd was op een motorrijtuig met een ander kenteken dan het vonnis betrof. Hierdoor kon het verzoek niet worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en wees het af.

De uitspraak benadrukt het belang van nauwkeurigheid in het herzieningsverzoek en bevestigt dat afwijkingen in de feitelijke grondslag van het verzoek leiden tot niet-ontvankelijkheid. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 19 januari 2010.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een onjuiste kentekenvermelding.

Uitspraak

19 januari 2010
Strafkamer
Nr. 09/04312 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Zutphen van 21 augustus 2003, nummer 06/400238-03, ingediend door P.L. Hellinga, advocaat te Zwolle, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 26 juni 2002 met de auto met kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 345,- subsidiair zes dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Art. 457 Sv Pro luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"1. Herziening van een in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeling, kan worden aangevraagd:
1° op grond van de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen, in kracht van gewijsde gegaan of bij verstek gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken, welke niet zijn overeen te brengen;
2° op grond van enige omstandigheid die bij het onderzoek op de terechtzitting de rechter niet was gebleken en die op zich zelve of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt in dier voege dat ernstig vermoeden ontstaat dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
(...)"
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. Het vonnis heeft immers betrekking op een motorrijtuig met een ander kenteken dan dat waarop de aanvrage tot herziening is gebaseerd. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 19 januari 2010.