ECLI:NL:HR:2010:BK9213
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf omzetbelasting over schadevergoeding bij te late oplevering woning
Belanghebbende is een bouwonderneming die woningen levert aan opdrachtgevers binnen een contractueel bepaalde termijn. Bij te late oplevering betaalt zij schadevergoedingen aan haar opdrachtgevers. In haar aangiften omzetbelasting heeft zij deze schadevergoedingen niet als omzet meegenomen, maar later als prijsvermindering opgevoerd en de omzetbelasting daarop teruggevraagd. De inspecteur verklaarde de bezwaren ongegrond.
In cassatie staat centraal of de schadevergoeding als een prijsvermindering in de zin van artikel 29, lid 1, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting moet worden beschouwd. Advocaat-Generaal Van Hilten stelt dat de schadevergoeding een rechtstreeks verband heeft met de prestatie van oplevering van de woning en derhalve een vermindering van de aanvankelijk overeengekomen vergoeding inhoudt.
De A-G concludeert dat belanghebbende recht heeft op teruggaaf van de omzetbelasting die begrepen is in de schadevergoeding. Hoewel strikt genomen geen sprake is van een vermindering van een definitief vastgestelde vergoeding, maar van een latere vaststelling op een lager bedrag, acht zij de bezwaartermijn de juiste weg om dit te corrigeren. Europese jurisprudentie staat echter toe dat teruggaafverzoeken ook later kunnen worden gehonoreerd.
De Hoge Raad wordt geadviseerd het beroep van de staatssecretaris ongegrond te verklaren en de zaak zelf af te doen.
Uitkomst: De Hoge Raad adviseert het beroep van de staatssecretaris ongegrond te verklaren en bevestigt dat schadevergoedingen als prijsvermindering voor de omzetbelasting gelden.